Vanmorgen, waren we al om vijf uur uit onze kooi, maar toen we even door het kuik naar buiten keken, was het op zee nog erg mistig, en dus duiken we nog maar even weg onder onze Dekbedden voor voorlopig een uur, en dan nog maar eens kijken hoe het er dan uit ziet.
Om kwart voor zes gaan we het nog eens bekijken, en nu lijkt het al een stuk beter nu de zon aan het opkomen is, en dus wassen en aankleden dan Gerrit roepen, en even later zitten we aan ons ontbijt, dan opruimen, en de boot klaarmaken voor vertrek, er zijn ons al een paar jachten voor geweest, en die zien we in de verte nog varen, het ziet er goed uit met het weer.
Omdat er weinig tot geen wind staat, oliezeilen we met een koers van 240 graden richting Klintholm, de zeilen zijn nog niet inzetbaar, maar na drie uur op de motor te hebben gevaren, zien we de windmeter langzaam naar 10 knopen gaat, en dan is het tijd om het grootzeil te hijsen, ik geef Gerrit het roer, en wanneer we de wind op de kop hebben, hijs ik het grootzeil omhoog, direct daarna ook de Genua erbij en dan snel de motor uitzetten, hé hé dat is lekker, geen lawaai meer aan het hoofd maar stilte.

We scharrelen met steeds iets meer toenemende wind die kant op, en pas bij het bereiken van het grote windmolenpark bij Môn kakt de wind wat in, en bijna had ik de motor weer gestart, maar gelukkig kwam de wind met wisselende kracht weer terug, en was moteren niet nodig, als we het windmolenpark haast gehad hebben, gaat het harder waaien tot 22 knopen zo nu en dan, en daar hoort dan een snelheid bij van boven de 7 knopen dus dat word onze einsprint hoop ik tot Klintholm toe

Vaak zit het venijn in de staart, en ook nu gaat het hier ook zo, bij de haven aangekomen, doen we het grootzeil naar beneden, met Gerrit achter het roer en Aafke onder de kap om de grootschoot en de neerhouder te bedienen, en ik naar de mast om het zeil te laten zakken, nou na wat gehobbel lukt het ons om het zeil op z’n Janboerefluitje’s op de giek te krijgen en vast te zetten. We doen het straks in de haven er wel even netjes op, dan neem ik het roer weer over van Gerrit, want die kan de haveningang niet vinden, en dus vaar ik de opening daarvan binnen, je moet het even weten, en dan onthouden, ik ben hier al tig keer geweest, en weet dus zo langzamerhand wel hoe het er hier uitziet.
Aafke echter loopt een beetje achter, met het ophangen van de stootwillen, en dat is ook altijd een heel werk, want je moet ze hier wel aan beide kanten hebben, en dan in het gangboord, want met hangende stootwillen kom je niet een box in, dus dat zijn zes stuks om op te halen, en vast te maken aan de railing, liefst op de goede hoogte. En dan aan beide kanten een spring voor de midden bolders, en voor op de boeg twee lijnen, en achter twee lijnen, dus daar heb je wel even tijd voor nodig.
Ik ben intussen de haven binnengevaren, en speur naar een plek die vrij is, omdat het hard waait moet ik mezelf niet in de problemen varen, want als je bij een rij boxen langs vaart om te zoeken om een groen bordje, en alles blijkt rood te zijn, dan moet je ook daar weer weg zien te komen, en met harde wind is dat weleens lastig, ook zit je met het schroefeffect waar je rekening mee moet houden, soms werkt dat met je mee, maar ook kan het behoorlijk tegen zijn, en dus moet je goed anticiperen.
Ik heb ondertussen een box gevonden, maar Aafke is nog bezig met de voorlijnen, en net als ik mooi recht voor de box ligt krijgt de wind mij te pakken, en drijft de voorkant van de boot naar stuurboord toe, en ik moet dus maar zien dat ik de boot zo manoeuvreer dat hij weer recht voor de box ligt, nou na een keer voor en achteruit, lig ik er bijna weer recht voor, en probeer hem zo goed mogelijk tussen de palen door te varen, dat lukt aardig, maar de boot is te breed voor deze box, en de buurman van de boot die er al ligt zegt, ga maar terug en vaar hem er van de zijkant in, want dit is de laatste box aan deze steiger, en die heeft dus rechts geen bolder op de steiger, die zit iets naar links ongeveer op dezelfde breedte van de boot.
Ik denk, je kan mij wat, en die palen willen wel wat buigen, en dus geef ik hem even van jetje, en daar floept de boot de box in. Ziezo dat ging prima, nu de boel nog even goed vastknopen, en van de buurman mogen mijn stootwillen niet tegen zijn boot komen, en dus die van hem niet tegen die van mij, nou ja daar doen we niet moeilijk over toch, en met een lijn van BB achter naar de SB paal achter, even er goed aan trekken, en dan zijn de boten contactloos.
Het is nu onderhand 18:00 uur en dus zijn we elf uur onderweg geweest onder allerlei omstandigheden, wat de wind betreft en de afgelegde afstand was 55 mijl, dus vijf mijl per uur gemiddeld, en dat vinden wij best genoeg, voor zo’n oude lady als de Marilena.
Dan is het tijd voor een lekker glas blond bier, en GERRIT GOOIT GELIJK ZIJN BIERBLIK OP Z’n ZIJ,, nou daar houden die blikken niet van, en lopen ze leeg, dat word dus een nieuw blik.
Aafke heeft al snel weer van allerlei knagerij klaargemaakt, en wij redden ermee, straks nog wel even warm eten natuurlijk, maar zo’n voorafje is toch even lekker bij een vloeibare versnapering.
Onderweg hier naartoe raakten we helemaal ingesloten door wat wij vermoeden dode of stervende algen, het zijn er hele velden, en elke keer denk je, we hebben dat veld gehad, en dan varen we weer een nieuw veld in, het stinkt gelukkig nog niet, maar dit is echt verschrikkelijk,wanneer ik dit schrijf, heb ik het even opgezocht op internet, en het zijn inderdaad algen, die zoveel zijn gegroeid, door toedoen van de mens dat ze met teveel zijn, en zich enorm vermenigvuldigen, wanneer ze straks doodgaan en naar de bodem zakken, zijn er bacterieën die ze opruimen, maar die gebruiken daar zoveel zuurstof voor, dat alle leven daar dood door gaat, dus de Oostzee word als het in dit tempo doorgaat een levenloze zee, wij hebben de laatste tijd ook geen zeehond meer gezien, en bruinvissen en dolfijnachtigen ook niet, terwijl dat andere jaren regelmatig was.

Ondertussen heb ik nog geprobeert om het havengeld via internet te betalen, maar hoe ik het ook probeerde, het lukte niet, ik dacht dat ik Gerrit daarmee een eind lopen kon besparen maar nu moet hij toch nog weer de wal op naar de automaat van de havenmeester en die staat bij zijn kantoor helemaal aan de andere kant van de haven.
Omdat het vandaag een lange dag was, en we erg moe zijn, gaan we niet te laat op bed, en er morgen ook niet supervroeg uit.







.













